Wat is een duimbasis slijtage?

02/07/2025

Duimbasis slijtage is artrose (gewrichtsslijtage) van het CMC-1 gewricht: het zadelgewricht aan de basis van de duim waar het middenhandsbeentje de verbinding vormt met het handwortelbeentje (os trapezium). Deze vorm van artrose veroorzaakt vaak pijn, krachtsverlies en stijfheid in de duim, vooral bij knijp- en draaibewegingen. Het is een veelvoorkomende aandoening, met name bij vrouwen boven de vijftig jaar. De medische term voor deze aandoening is trapeziometacarpale artrose. Het gewricht wordt intensief gebruikt bij vrijwel alle handbewegingen, en slijtage op deze plek kan een grote impact hebben op het dagelijks functioneren. Typische klachten zijn moeite met potten opendraaien, sleutels omdraaien of langdurig schrijven. Pijn aan duim bij knijpen of draaien is het meest kenmerkende symptoom.

Hoe ontstaat duimbasis slijtage?

Slijtage aan het duimbasisgewricht ontstaat door het geleidelijk degenereren van het kraakbeen in het gewricht. Door belasting, veroudering en mogelijk erfelijke factoren wordt het gladde kraakbeenlaagje steeds dunner. Hierdoor komen de botten dichter op elkaar te liggen en kunnen ze tegen elkaar schuren. Dit leidt tot pijn, ontstekingsreacties, stijfheid en soms zichtbare vervorming van de duimbasis. Bij sommige mensen is er sprake van een instabiel duimbasisgewricht. Door deze instabiliteit wordt het gewricht extra belast, wat het slijtageproces kan versnellen. Hormonen spelen mogelijk ook een rol, aangezien duim slijtage vaker voorkomt bij vrouwen na de menopauze. Daarnaast kunnen eerdere trauma’s, zoals een val op de hand of een oude breuk, bijdragen aan het ontstaan van deze vorm van artrose.

Klachten die horen bij duimbasis artrose

De meest voorkomende klacht bij duim slijtage is een zeurende tot stekende pijn aan de duim, meestal aan de basis aan de handpalmzijde. De pijn wordt vaak erger bij bewegingen waarbij kracht nodig is, zoals het openen van een pot, knijpen in een wasknijper of het draaien van een sleutel. In rust kan de pijn verminderen, maar bij gevorderde artrose kan deze ook in rust aanwezig blijven. Een ander veelvoorkomend symptoom is krachtsverlies, vooral in knijpkracht. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om voorwerpen stevig vast te houden. Sommige mensen merken dat de duim minder stabiel aanvoelt, of zelfs ‘uit de kom’ lijkt te schieten bij bepaalde bewegingen. Naarmate de artrose vordert, kan het gewricht gaan opzwellen en ontstaat soms een zichtbare vervorming, zoals een botknobbel of een zijdelingse stand van het duimbasisgewricht.

Diagnostiek en onderzoek

De diagnose duimbasis slijtage wordt gesteld op basis van het klinisch beeld en lichamelijk onderzoek. De arts of therapeut onderzoekt de beweeglijkheid, stabiliteit en gevoeligheid van het CMC-1 gewricht. Een veelgebruikte test is de zogenaamde ‘grind test’, waarbij de duim gecontroleerd wordt bewogen om frictie tussen de gewrichtsvlakken te voelen en een herkenbare pijn uit te lokken.

Aanvullend kan er beeldvormend onderzoek worden gedaan, zoals een röntgenfoto, om de mate van kraakbeenverlies en eventuele botveranderingen in beeld te brengen. De ernst van de slijtage correleert echter niet altijd met de klachten: sommige mensen met ernstige artrose op de foto hebben relatief weinig klachten, terwijl anderen met milde afwijkingen veel beperkingen ervaren.

Behandeling van duimbasis slijtage

De behandeling van duim slijtage is afhankelijk van de ernst van de klachten en de mate van functionele beperking. In de meeste gevallen wordt gestart met conservatieve (niet-operatieve) behandeling. Hierbij staat het verminderen van belasting centraal, in combinatie met oefentherapie en het verbeteren van de stabiliteit van het gewricht. Een handtherapeut kan helpen met het aanleren van ontlastende bewegingen en het versterken van omliggende spieren. Soms wordt een spalk of brace geadviseerd om het gewricht rust te geven tijdens belastende activiteiten. Bij aanhoudende pijn aan de duim kan tijdelijke verlichting worden bereikt met ontstekingsremmende medicatie of een injectie met corticosteroïden. Deze behandeling is gericht op het verlichten van ontstekingsklachten, maar heeft geen invloed op het structurele slijtageproces.

Als de klachten ondanks deze behandelingen blijven bestaan en het dagelijks functioneren ernstig beperkt is, kan een operatieve ingreep overwogen worden. Hierbij zijn verschillende technieken mogelijk, zoals een trapeziectomie (verwijderen van het handwortelbeentje), artroplastiek (plaatsing van een spacer of peesinterpositie) of een gewrichtsversteviging (artrodese). De keuze voor een operatieve behandeling wordt bepaald op basis van de leeftijd, belastingseisen en klachtenprofiel van de patiënt.

Prognose en leefstijl

Duimbasis slijtage is een chronische aandoening, maar dat betekent niet dat er altijd sprake is van voortdurende achteruitgang. Veel mensen ervaren periodes met meer en minder klachten, afhankelijk van belasting, gebruik en algemene gezondheid. In veel gevallen kan met de juiste begeleiding en aanpassingen in dagelijkse handelingen een operatie worden uitgesteld of zelfs vermeden.

Er zijn manieren om het gewricht zo min mogelijk te belasten, zoals het gebruiken van ergonomische hulpmiddelen, het verdelen van kracht over meerdere vingers, en het vermijden van repeterende knijpbewegingen. Handtherapie richt zich ook op het verbeteren van gewrichtscontrole en het bewust omgaan met de duim tijdens activiteiten. Hoewel het kraakbeenverlies zelf niet herstelt, kan functiebehoud en pijnvermindering op lange termijn goed haalbaar zijn. Vroege herkenning van pijn aan duim en tijdige inzet van behandeling speelt daarbij een grote rol.