Wat is een Carpaal Tunnel Syndroom?

09/07/2025

Het carpaal tunnel syndroom is een aandoening waarbij de middelste armzenuw (nervus medianus) bekneld raakt in de carpale tunnel van de pols, wat leidt tot tintelingen, gevoelloosheid, pijn en krachtsverlies in de hand. De klachten treden vaak op in de duim, wijsvinger, middelvinger en een deel van de ringvinger, vooral 's nachts of bij langdurig gebruik van de hand. De carpale tunnel is een nauwe ruimte aan de binnenzijde van de pols, waar zenuwen en pezen samen doorheen lopen. Wanneer de druk in deze tunnel toeneemt, raakt de zenuw geïrriteerd of ingeklemd, met als gevolg neurologische klachten die kunnen variëren van licht vervelend tot ernstig invaliderend. Het carpaal tunnel syndroom komt vooral voor bij volwassenen tussen de 40 en 60 jaar en treft vaker vrouwen dan mannen.

Hoe ontstaat het carpaal tunnel syndroom?

De oorzaak van het carpaal tunnel syndroom is meestal een combinatie van factoren die leiden tot verhoogde druk in de carpale tunnel. Dit kan optreden bij herhaalde bewegingen van de pols, zoals typen, werken met gereedschap of langdurig vasthouden van voorwerpen. Zwelling van de peesscheden door overbelasting of ontsteking kan de ruimte in de tunnel beperken.

Andere risicofactoren zijn hormonale schommelingen, bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap of menopauze, en medische aandoeningen zoals diabetes of reumatoïde artritis. Ook vochtretentie of lokale zwelling speelt een rol. In sommige gevallen ontstaat het syndroom na een polsbreuk of trauma dat de anatomie van de tunnel verandert. Hoewel de aandoening vaak geleidelijk begint, kunnen de klachten zich op een zeker moment snel verergeren. Tijdig herkennen van de symptomen is belangrijk om blijvende zenuwschade te voorkomen.

Behandeling en carpaal tunnel syndroom operatie

De behandeling van het carpaal tunnel syndroom hangt af van de ernst van de klachten en de mate van zenuwbeknelling. In milde tot matige gevallen kan behandeling zonder operatie effectief zijn. Denk aan het dragen van een spalk ’s nachts, aanpassen van werkgewoonten of injecties met corticosteroïden om zwelling te verminderen.

Bij ernstige of langdurige klachten waarbij er al sprake is van spierzwakte of blijvende gevoelsstoornissen, wordt vaak gekozen voor een carpaal tunnel syndroom operatie. Deze ingreep, ook wel carpaal tunnel release genoemd, is gericht op het doorsnijden van het dwarse ligament dat het dak van de carpale tunnel vormt. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor de zenuw en wordt de druk verlaagd. De operatie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving en duurt gemiddeld 15 tot 30 minuten. Er zijn open en endoscopische technieken beschikbaar. De keuze hangt af van de voorkeur van de chirurg en de individuele situatie van de patiënt.

Herstel en ervaringen na operatie carpaal tunnel syndroom

Het herstel na een carpaal tunnel syndroom operatie verloopt meestal vlot, maar verschilt per persoon. In de eerste weken is er vaak sprake van wondgevoeligheid en lichte zwelling. De meeste patiënten ervaren binnen enkele dagen verlichting van de tintelingen, vooral ’s nachts. Het gevoel en de kracht in de hand kunnen echter enkele weken tot maanden nodig hebben om volledig te herstellen, afhankelijk van hoe lang de zenuw bekneld is geweest. Wat betreft ervaringen na operatie carpaal tunnel syndroom, zijn die overwegend positief als de operatie tijdig wordt uitgevoerd. Bij langdurige zenuwcompressie of ernstige schade vooraf kan volledig herstel uitblijven. Tijdige diagnose en een goed uitgevoerde ingreep zijn dan ook cruciaal voor een gunstig resultaat. In zeldzame gevallen keert een deel van de klachten terug of blijven er restverschijnselen bestaan, zoals littekengevoeligheid of beperkte kracht.

Carpaal tunnel syndroom oefeningen en nazorg

Specifieke carpaal tunnel syndroom oefeningen worden vaak geadviseerd in de herstelfase na operatie of bij conservatieve behandeling. Het doel is om de zenuwgeleiding te bevorderen, de pezen soepel te houden en functieverlies van de handspieren tegen te gaan. Mobilisatieoefeningen voor de zenuw, pols en vingers kunnen het herstel versnellen en verklevingen tegengaan. Het uitvoeren van deze oefeningen moet zorgvuldig gebeuren en onder begeleiding staan van een handtherapeut of fysiotherapeut die ervaring heeft met polsproblematiek. Te intensieve oefeningen of verkeerde techniek kunnen de klachten juist verergeren. Nazorg bestaat verder uit wondverzorging, het geleidelijk hervatten van activiteiten en het vermijden van repeterende belastingen in de eerste weken.