Wat is een Malletfinger?

Een malletfinger is een letsel aan het eindkootje van een vinger waarbij de strekpees is afgescheurd of losgeraakt van het bot, waardoor de top van de vinger niet meer actief kan worden gestrekt. Dit leidt tot een karakteristieke buigstand van het eindgewricht. De aandoening wordt ook wel een hamer vinger genoemd en komt het meest voor aan de middel vinger of ringvinger, maar kan in principe in elke vinger optreden. Het ontstaat meestal plotseling door een stoot of botsing waarbij een gestrekte vinger met kracht wordt gebogen. Vaak gebeurt dit tijdens sport, zoals bij het opvangen van een bal, maar het kan ook ontstaan door een relatief klein trauma, zoals stoten tegen een hard oppervlak. De aangedane pees is de eindpees van de extensor digitorum communis, die normaal gesproken zorgt voor het strekken van het eindgewricht van de vinger.
Hoe herken je een mallet vinger?
Een mallet vinger kenmerkt zich door een onvermogen om de top van de vinger zelf te strekken, terwijl de rest van de vinger nog normaal functioneert. De top blijft gebogen hangen, ook al probeert de persoon de vinger recht te maken. Er is meestal direct na het letsel sprake van zwelling en gevoeligheid bij het eindkootje. Soms is er sprake van een klein botfragment dat is meegetrokken door de pees, wat zichtbaar kan zijn op een röntgenfoto. Hoewel het een klein gewricht betreft, kan een malletfinger zonder adequate behandeling leiden tot blijvende vormverandering en functiebeperking van de vinger. Zeker bij letsel aan de middel vinger, die een belangrijke rol speelt in krachtgreep en fijne motoriek, is herstel belangrijk voor het dagelijks functioneren.
Behandeling van malletfinger
De behandeling van een malletfinger is in de meeste gevallen conservatief, waarbij het eindgewricht van de vinger gedurende zes tot acht weken continu in gestrekte positie wordt gehouden met behulp van een speciale spalk. Tijdens deze periode mag het topje van de vinger op geen enkel moment buigen, omdat dit de genezing van de pees opnieuw kan verstoren. Het succes van deze behandeling hangt sterk af van strikte therapietrouw. Zelfs een korte buiging van de vinger tijdens de genezingsperiode kan het herstel tenietdoen. De spalk wordt meestal dag en nacht gedragen, en pas daarna wordt begonnen met het afbouwen en mobiliseren van het gewricht. In sommige gevallen is nabehandeling met oefentherapie nodig om stijfheid te verminderen en kracht te herstellen.
Als er sprake is van een groot botfragment of een instabiele gewrichtsstand, kan een operatieve correctie nodig zijn. Hierbij wordt de pees gehecht of het botfragment vastgezet, vaak met een pinnetje of schroef. Ook bij chronische mallet vinger-letsels of bij mislukte conservatieve behandeling wordt soms alsnog geopereerd.
Wat is de prognose van een malletfinger?
Bij een tijdige en correcte behandeling is de prognose van een malletfinger doorgaans goed. In de meeste gevallen herstelt de functie van de vinger volledig of bijna volledig. Wel blijft soms een kleine buigstand bestaan van het eindgewricht, wat doorgaans geen hinder oplevert in dagelijks gebruik. Bij uitblijven van behandeling of onjuiste spalktherapie kan de vinger blijvend misvormd blijven. In enkele gevallen ontwikkelt zich een bijkomende afwijking zoals een swan neck deformiteit, waarbij het middelste vingergewricht naar achteren overstrekbaar wordt als compensatie voor de buigstand van de top. Dit komt vaker voor bij langdurig onbehandelde letsels of bij onderliggende aandoeningen zoals reuma.
Het herstelproces vraagt geduld. Na het verwijderen van de spalk is de vinger vaak stijf en pijnlijk bij bewegen. Met begeleiding en gerichte oefeningen neemt de beweeglijkheid meestal toe binnen enkele weken tot maanden. De kracht en fijne motoriek komen vaak pas als laatste volledig terug, vooral wanneer de middel vinger betrokken is, die veel gebruikt wordt in grijpfunctie.
Herkenning en juiste behandeling zijn cruciaal
Een malletfinger wordt soms ten onrechte als een onschuldige verstuiking gezien, terwijl het een duidelijk te onderscheiden peesletsel is dat specifieke behandeling vereist. Het niet herkennen of verkeerd behandelen van dit letsel kan leiden tot blijvende beperkingen in de handfunctie. Daarom is een snelle diagnose op basis van het klinisch beeld en eventueel aanvullend beeldvormend onderzoek essentieel.
Bij twijfel is het maken van een röntgenfoto aan te raden om uit te sluiten dat er een botfragment is meegetrokken of dat er sprake is van subluxatie van het gewricht. Dit is vooral belangrijk bij letsels van de dominante hand of bij beroepsgroepen waarbij handfunctie essentieel is. Tijdige en adequate spalkbehandeling verkleint de kans op restklachten aanzienlijk. Ook als er geen operatie nodig is, vraagt het dragen van een spalk constante aandacht. Kleine fouten in gebruik of het onbewust buigen van de vinger tijdens dagelijkse handelingen kunnen het effect van de therapie verminderen. Het is daarom belangrijk om het letsel serieus te nemen en de instructies zorgvuldig op te volgen.


