Wat is een PIP-prothese?

Een PIP-prothese is een kunstgewricht dat wordt geplaatst ter vervanging van het oorspronkelijke PIP-gewricht, het proximale interfalangeale gewricht, in de vinger. Dit gewricht zit tussen het eerste en tweede vingerkootje en is essentieel voor het buigen en strekken van de vinger. Als het door artrose, reuma of letsel ernstig beschadigd is, kan een PIP-prothese de pijn verlichten, de beweeglijkheid verbeteren en de functie van de hand herstellen.
Waarvoor dient een PIP-prothese?
De PIP-gewrichten zijn belangrijk bij vrijwel elke handbeweging. Ze maken het mogelijk om de vingers te buigen en een stevige greep te vormen. Wanneer dit gewricht beschadigd raakt, bijvoorbeeld door slijtage (artrose), ontstekingsziekten zoals reumatoïde artritis of een zwaar trauma, wordt de functie ernstig beperkt. Pijn, stijfheid en scheefstand zijn veelvoorkomende klachten. In het begin worden deze problemen vaak conservatief behandeld met spalken, medicatie of fysiotherapie, maar als dat onvoldoende helpt, kan vervanging van het gewricht met een prothese een oplossing zijn. Een PIP-prothese wordt meestal overwogen wanneer het gewricht onherstelbaar is beschadigd, maar de omliggende structuren zoals pezen, banden en spieren nog voldoende functioneren. De bedoeling is niet om het gewricht volledig als nieuw te maken, maar wel om pijn te verlichten en voldoende beweeglijkheid te herstellen voor dagelijkse activiteiten.
Hoe ziet een PIP-prothese eruit?
De meeste PIP-prothesen bestaan uit twee componenten die worden ingebracht in de uiteinden van de twee vingerkootjes die samen het PIP-gewricht vormen. Ze zijn ontworpen om de natuurlijke beweging van het gewricht zo goed mogelijk na te bootsen. Er zijn verschillende soorten prothesen, afhankelijk van het gebruikte materiaal en de mate van bewegingsvrijheid die ze toelaten. Sommige prothesen zijn gemaakt van soepel siliconenmateriaal en fungeren als een soort veer tussen de botdelen. Andere bestaan uit hardere metalen of keramische onderdelen, vaak gecombineerd met plastic scharnierdelen. Welke soort wordt gekozen hangt af van de oorzaak van het gewrichtsprobleem, de kwaliteit van het omliggende weefsel, de belasting van de vinger en de wensen van de patiënt.
Hoe verloopt een operatie met een PIP-prothese?
Het plaatsen van een PIP-prothese gebeurt onder regionale verdoving of algehele narcose. Tijdens de operatie wordt het zieke gewricht verwijderd en worden de uiteinden van de botten zo voorbereid dat de prothese stevig kan worden verankerd. De chirurg plaatst vervolgens de twee delen van de prothese in de vingerkootjes. Het doel is om de beweging in het gewricht terug te brengen zonder pijn te veroorzaken of instabiliteit te creëren. Na de operatie wordt de vinger tijdelijk geïmmobiliseerd om het weefsel rust te geven en zwelling tegen te gaan. Daarna volgt een revalidatieproces onder begeleiding van een handtherapeut. Hierin wordt gewerkt aan het herwinnen van de beweeglijkheid, het voorkomen van stijfheid en het opbouwen van functie in de hand. De eerste weken zijn cruciaal: te weinig beweging kan leiden tot vastzitten van het gewricht, terwijl te veel belasting de genezing in gevaar kan brengen.
Wat zijn de resultaten en risico’s van een PIP-prothese?
De resultaten van een PIP-prothese zijn over het algemeen goed als de indicatie zorgvuldig is gesteld. Veel mensen ervaren aanzienlijke pijnvermindering en kunnen hun hand weer gebruiken voor dagelijkse handelingen zoals schrijven, knopen dichtmaken of iets vasthouden. De bewegingsvrijheid is meestal minder dan die van een gezond gewricht, maar voldoende voor functioneel gebruik. Toch zijn er ook beperkingen. De belasting op een kunstgewricht in de vinger moet beperkt blijven. Zware arbeid, krachtig grijpen of repetitieve bewegingen kunnen slijtage of loslating van de prothese veroorzaken. In sommige gevallen ontstaat er een afwijkende stand van de vinger of treedt er stijfheid op, ondanks therapie.
Zoals bij elke operatie bestaan er ook risico’s, zoals infectie, wondproblemen, loslating van de prothese of beschadiging van omliggende structuren. Daarom is een goede voorbereiding, nazorg en therapietrouw gedrag essentieel voor een optimaal resultaat.
Voor wie is een PIP-prothese geschikt?
Een PIP-prothese is met name geschikt voor mensen met ernstige artrose of reumatoïde artritis in één of meerdere vingers, bij wie andere behandelingen onvoldoende helpen. Ook na een trauma waarbij het gewricht onherstelbaar beschadigd is geraakt, kan een prothese uitkomst bieden. Voorwaarde is wel dat de pezen en banden rondom het gewricht voldoende intact zijn om de nieuwe prothese te laten functioneren. Als dat niet zo is, kan de vinger na de operatie wel pijnvrij zijn, maar niet goed meer bewegen.
Bij jongere mensen of mensen die hun handen zwaar belasten in werk of sport, wordt de plaatsing van een prothese meestal uitgesteld of wordt er gekozen voor een andere aanpak, zoals het vastzetten (artrodese) van het gewricht. Het type werk, de verwachtingen van de patiënt en de mate van schade bepalen dus mede of een PIP-prothese de juiste keuze is.
Wat is de levensduur van een PIP-prothese?
De levensduur van een PIP-prothese hangt af van verschillende factoren zoals het type prothese, de belasting van de hand, en de kwaliteit van de weefsels rondom het gewricht. Over het algemeen gaat een prothese tien jaar of langer mee, maar bij intensief gebruik kan dit korter zijn. Het is daarom belangrijk om de hand op de juiste manier te gebruiken en overbelasting te vermijden. Regelmatige controle bij een arts of handtherapeut helpt om vroegtijdige slijtage of complicaties op te sporen.


