Wat is een Skiduim?

06/08/2025

Een skiduim is een letsel aan de gewrichtsband van de duim, waarbij het bandje aan de binnenzijde van het duimgewricht gedeeltelijk of volledig is ingescheurd. Dit gebeurt meestal als de duim krachtig naar buiten wordt gedrukt, vaak bij een val waarbij een ski- of wandelstok tussen de vingers blijft hangen. Het gevolg is een pijnlijke, instabiele duim die moeilijk te gebruiken is bij dagelijkse handelingen zoals grijpen, knijpen of iets stevig vasthouden.

Hoe ontstaat een skiduim precies?

Het letsel ontstaat meestal door een plotselinge, onnatuurlijke beweging van de duim naar buiten, weg van de handpalm. Bij skiën gebeurt dit bijvoorbeeld wanneer iemand met kracht op een skistok valt, terwijl de hand deze nog stevig vasthoudt. Hierdoor wordt de duim geforceerd naar buiten gebogen, wat druk uitoefent op de gewrichtsband aan de binnenzijde van het MCP-gewricht van de duim. Deze band heet de ulnaire collaterale ligament (UCL) en zorgt normaal gesproken voor stabiliteit tijdens zijwaartse bewegingen van de duim. Wanneer dit bandje uitrekt of scheurt, verliest de duim zijn stabiliteit. Niet alleen bij skiën kan dit gebeuren. Ook bij andere sporten zoals volleybal, handbal of tijdens een simpele val met uitgestrekte arm en opengesperde hand kan de duim in een vergelijkbare hoek gedwongen worden. Zelfs in het dagelijks leven kan een skiduim ontstaan, bijvoorbeeld bij het vangen van een zware bal of het blijven haken achter een voorwerp.

Wat merk je bij een skiduim?

Mensen met een skiduim ervaren vaak directe pijn aan de basis van de duim, met name aan de binnenzijde, richting de handpalm. De duim voelt vaak slap of instabiel aan, en kracht zetten bij knijpen of iets vasthouden is pijnlijk of lukt niet goed. Soms ontstaat er een zwelling of een blauwe verkleuring rond het gewricht. In ernstige gevallen, wanneer de band volledig is gescheurd, is de instabiliteit duidelijk voelbaar: de duim kan dan onnatuurlijk ver worden bewogen in zijwaartse richting. De pijn en functiebeperking zijn in het begin vaak moeilijk te onderscheiden van een kneuzing of verrekking. Daarom wordt een skiduim soms ten onrechte onderschat. Als het letsel niet tijdig wordt herkend en correct behandeld, kan dit leiden tot blijvende instabiliteit van het duimgewricht, met als gevolg krachtsverlies en moeite bij precisiebewegingen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld door middel van lichamelijk onderzoek waarbij de stabiliteit van het duimgewricht wordt getest. Hierbij beoordeelt een arts of de duim abnormaal ver naar buiten kan bewegen, wat duidt op letsel aan het gewrichtsbandje. Bij twijfel over de ernst wordt vaak aanvullend beeldvormend onderzoek ingezet, zoals echografie of MRI, om te bepalen of het bandje nog intact is of volledig is afgescheurd. Soms laat men ook een röntgenfoto maken om uit te sluiten dat er sprake is van een botbreuk of een avulsiefractuur, waarbij een klein stukje bot is meegetrokken met het afgescheurde bandje.

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen een gedeeltelijke scheur, waarbij het ligament nog enigszins functioneert, en een volledige scheur, die meestal chirurgisch moet worden behandeld. Ook kan er bij volledige scheuren sprake zijn van een zogenoemd Stener-letsel: hierbij komt het gescheurde bandje onder een stukje peesweefsel terecht, waardoor spontane genezing onmogelijk wordt.

Wat is de behandeling van een skiduim?

Bij een gedeeltelijke scheur wordt meestal gekozen voor een conservatieve behandeling. Dit betekent dat de duim tijdelijk wordt geïmmobiliseerd met een spalk of brace, meestal gedurende vier tot zes weken. Tijdens deze periode krijgt het ligament de kans om te genezen in een positie waarin het gewricht stabiel blijft. Gedurende de herstelperiode wordt ook gelet op het voorkomen van verstijving en het herwinnen van normale beweeglijkheid. In het geval van een volledige scheur, of als het bandje niet op zijn plek blijft (zoals bij een Stener-letsel), is een operatie doorgaans noodzakelijk. Tijdens zo'n ingreep wordt het gescheurde ligament opnieuw vastgehecht of hersteld. Na de operatie volgt een periode van rust met een beschermende spalk, gevolgd door fysiotherapie om de functie van de duim geleidelijk weer op te bouwen.

Het is cruciaal om het herstel serieus te nemen. Een slecht genezen skiduim kan leiden tot blijvende instabiliteit, krachtsverlies of chronische pijnklachten bij gebruik van de hand. Vooral voor mensen die hun handen intensief gebruiken, bijvoorbeeld in beroepen waarin precisiewerk of grijpkracht belangrijk is, kan dit grote gevolgen hebben voor hun dagelijks functioneren.

Hoe voorkom je een skiduim?

Hoewel niet elk ongeval te voorkomen is, zijn er wel manieren om het risico op een skiduim te verkleinen. Bij skiën bijvoorbeeld is het aan te raden om de skistokken met losse grip vast te houden, zodat de hand makkelijker kan loskomen bij een val. Er zijn zelfs speciale skistokken ontworpen die bij een bepaalde kracht automatisch loslaten. Ook het trainen van hand- en vingerkracht, en het verbeteren van coördinatie, kan bijdragen aan meer controle bij onverwachte bewegingen.

Daarnaast geldt: wees alert op signalen. Pijn, zwelling en instabiliteit aan de duim zijn duidelijke waarschuwingen. Wie een val heeft gemaakt en daarna moeite heeft met knijpen of grijpen, doet er verstandig aan om de duim medisch te laten beoordelen. Vroege herkenning en behandeling zijn de sleutel tot volledig herstel.