Wat is overbelasting?

03/09/2025
Je ziet hier een zenuwstelsel

Overbelasting is een aandoening waarbij spieren, pezen of gewrichten meer herhaalde belasting te verduren krijgen dan ze kunnen verwerken, waardoor kleine beschadigingen ontstaan die niet voldoende herstellen. Het gevolg is pijn, stijfheid, krachtsverlies of verminderde coördinatie. Overbelasting ontstaat meestal geleidelijk, vaak zonder één duidelijk letselmoment, en is een van de meest voorkomende oorzaken van klachten aan de hand, pols, arm of schouder.

Hoe ontstaat overbelasting?

Overbelasting ontstaat wanneer er sprake is van een onevenwicht tussen belasting en belastbaarheid. Het lichaam is in staat zich aan te passen aan herhaalde belasting, zolang er voldoende herstelmomenten zijn. Wordt die grens langdurig overschreden, dan krijgen de weefsels geen kans om te herstellen. Hierdoor raken spieren vermoeid, pezen geïrriteerd en gewrichten overprikkeld. Deze subtiele schade stapelt zich op totdat klachten merkbaar worden. De oorzaak kan liggen in werk, sport of dagelijkse handelingen. Denk aan langdurig computergebruik, herhaalde grijpbewegingen, veel kracht zetten of het steeds opnieuw maken van dezelfde beweging zonder pauzes. Vooral peesweefsel is hier gevoelig voor, omdat het minder goed doorbloed is dan spierweefsel en daardoor trager herstelt. Mensen die ineens meer gaan belasten, bijvoorbeeld bij een nieuwe baan of hobby, lopen een verhoogd risico. Ook verkeerde houding, onvoldoende kracht of stabiliteit, en stress spelen vaak een rol bij het ontstaan van overbelastingsklachten.

Hoe herken je overbelasting?

De eerste signalen van overbelasting zijn vaak subtiel. Er kan sprake zijn van een zeurende pijn tijdens of na belasting, een stijf gevoel in de ochtend of een verminderde soepelheid in de beweging. Na verloop van tijd kan de pijn intenser worden en ook in rust aanhouden. Typisch is dat de klachten niet ontstaan door één acuut moment, maar zich langzaam opbouwen. Vaak zijn ze gelokaliseerd rond pezen of aanhechtingen van spieren, bijvoorbeeld aan de onderarm bij typen of muisgebruik. Bij aanhoudende overbelasting ontstaat soms een ontstekingsreactie. Het betrokken weefsel zwelt op, wordt pijnlijk bij aanraking of beweging, en reageert gevoeliger op prikkels. In ernstige gevallen kunnen de klachten uitstralen naar andere delen van de arm, of zelfs gepaard gaan met tintelingen of krachtsverlies. Dan is er mogelijk sprake van bijkomende zenuwirritatie of een beknelling. Het is belangrijk deze signalen tijdig serieus te nemen, omdat langdurige overbelasting kan leiden tot chronische pijn of blijvende beperkingen.

Wat gebeurt er in het lichaam bij overbelasting?

Bij overbelasting vinden er op weefselniveau kleine scheurtjes of irritaties plaats. In het begin kan het lichaam deze schade nog herstellen, maar na herhaalde belasting zonder herstelmogelijkheid blijven er steeds restklachten bestaan. Pezen kunnen degenereren, spieren raken gespannen of verzwakt, en gewrichten verliezen hun normale beweeglijkheid. Daarbij ontstaan er vaak compensatiebewegingen in andere delen van het lichaam, wat nieuwe klachten veroorzaakt.

Een veelvoorkomend voorbeeld bij de hand en pols is tendinopathie: een overbelastingsreactie van de pees waarbij degeneratie optreedt zonder klassieke ontsteking. Dit gaat vaak gepaard met lokale drukpijn, krachtsverlies en beperkte functie. Ook peesschede-ontstekingen of slijmbeursirritaties zijn bekende complicaties bij overbelasting. Soms is er sprake van instabiliteit, doordat het spier-peessysteem de beweging niet meer goed kan controleren.

Hoe wordt overbelasting vastgesteld?

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van het verhaal van de patiënt en lichamelijk onderzoek. Belangrijk is het herkennen van het patroon: geleidelijk ontstaan, activiteitgerelateerd, verergering bij herhaling van dezelfde bewegingen. De arts of behandelaar onderzoekt de beweeglijkheid, spierkracht, gevoeligheid en eventuele zwelling. In sommige gevallen kan aanvullend onderzoek nodig zijn, zoals echografie of MRI, om de staat van de pezen of omliggend weefsel te beoordelen. Er is zelden sprake van schade aan bot of kraakbeen, tenzij de overbelasting zo lang aanhoudt dat het gewricht zelf wordt aangetast. Vaker zijn de klachten functioneel en reversibel, mits er tijdig wordt ingegrepen. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen acute overbelasting met duidelijke overprikkeling – en chronische belastingstoornissen, waarbij er weefselveranderingen zijn opgetreden.

Wat is de behandeling bij overbelasting?

Het herstel begint met het wegnemen of verminderen van de uitlokkende belasting. Dit betekent niet dat de aangedane structuur volledig stil moet liggen, maar dat de belasting moet worden aangepast aan wat het lichaam aankan. In de beginfase kan tijdelijke rust nodig zijn, eventueel met ondersteuning van een brace of spalk. Daarna volgt meestal een geleidelijke opbouw met hulp van oefentherapie of fysiotherapie, gericht op herstel van kracht, coördinatie en belastbaarheid. Een belangrijk onderdeel van de behandeling is het herkennen en aanpakken van risicofactoren: verkeerde techniek, eenzijdige belasting, te weinig herstelmomenten, of een slechte ergonomie op de werkplek. Pas als de oorzaak structureel wordt aangepakt, kan het herstel duurzaam zijn. In sommige gevallen wordt ook gebruikgemaakt van ondersteunende therapieën zoals dry needling, manuele therapie, of lokale injecties bij hardnekkige pijn. Als er sprake is van langdurige overbelasting met weefselverandering, duurt het herstel vaak maanden. Daarbij is het cruciaal dat de patiënt actief meewerkt aan gedragsverandering en het opnieuw aanleren van gezonde bewegingspatronen. Een terugkeer naar volledige belasting moet altijd stapsgewijs gebeuren om herhaling te voorkomen.

Hoe kun je overbelasting voorkomen?

Preventie van overbelasting begint bij bewustwording van de signalen van het lichaam. Het tijdig herkennen van vermoeidheid, stijfheid of lichte pijn is essentieel om erger te voorkomen. Variatie in beweging, voldoende hersteltijd en aandacht voor houding en techniek spelen hierbij een centrale rol. Regelmatige pauzes, ergonomisch verantwoorde werkplekken en het trainen van ondersteunende spiergroepen verkleinen het risico aanzienlijk.

Zeker in beroepen of sporten waarin de hand en pols intensief worden gebruikt, is het verstandig om vroegtijdig advies in te winnen bij aanhoudende klachten. Een vroege interventie voorkomt dat een tijdelijke irritatie uitgroeit tot een langdurig probleem met gevolgen voor werk, sport of dagelijkse activiteiten.